VORIGE PAGINA
 In 5 eenvoudige stappen zelf een lichtplan maken

In 5 eenvoudige stappen zelf een lichtplan maken

Elke dag kom je in aanraking met licht. Het verbetert je humeur, beïnvloed je positief op de werkvloer, zorgt voor extra sfeer en stimuleert het bioritme. Het perfecte licht is dan ook een cruciaal element voor op de werkplek, thuis en in openbare ruimtes. Een goede lichtverhouding roept de gewenste emoties op en ondersteunt de verschillende gebruiksfuncties zoals lezen, werken en ontspanning. Vaak vergeten we licht bij het inrichten van een ruimte, toch is het een doorslaggevend product die de sfeer bepaalt. Maar hoe wordt het ideale licht gekozen en waar moet er allemaal op gelet worden? In deze blog leer je in vijf eenvoudige stappen hoe je zelf de perfecte verlichting uitkiest.

Voor we beginnen is het cruciaal om de vier verschillende lichtsoorten uit te leggen. We hebben direct licht, indirect licht, diffuus licht en accent licht. Om de ideale licht ervaring in een ruimte te krijgen moet je ervoor zorgen dat deze lichtsoorten in balans zijn. Als voorbeeld nemen we een woonhuis. Direct licht is, zoals de naam al verklapt, licht dat rechtstreeks het oppervlak belicht zonder enige filtering. Denk bijvoorbeeld aan licht boven een werkplek of eettafel.

 

 

Bij indirecte verlichting wordt de omgeving gebruikt om de ruimte te verlichten. Dit kan aan de hand van het plafond en de wanden. Indirecte verlichting kan perfect gebruikt worden als algemene basisverlichting en zal zorgen voor een open indruk.

Sfeervol licht dat egaal verspreid wordt heet diffuus licht. De lichtbron wordt gefilterd door bijvoorbeeld de lampenkap. Hierdoor ontstaat er een gelijkmatige verdeling van het licht en zijn er weinig schaduw of reflecties te zien. 

Dan hebben we nog accent licht, dit is gebundeld licht wat voor een maximaal effect zorgt. Dit type verlichting kan je gebruiken om kunstwerken of meubels uit te lichten.

Stap 1: Indelen van de ruimte
Nu de verschillende lichtsoorten bekend zijn, is het tijd voor stap 1: Het indelen van de ruimte. Als voorbeeld nemen we weer een woonhuissituatie. Bedenk voor jezelf in welke ruimtes er verlichting nodig is en waar de verlichting ongeveer geplaatst zal worden. Dit alles kan je in een tekening op papier zetten door de indeling van de ruimte(s) te schetsen. Maak een grove schets van de indeling van de ruimte en het interieur en deel de leef activiteiten in op de plattegrond. Waar komt bijvoorbeeld de zithoek, werkplek, eettafel, keuken etc. Houd ook rekening met objecten zoals schilderijen die uitgelicht moeten worden.

 

Stap 2: Aansluitingspunten

De indeling van de ruimte is afgerond. Je weet nu waar bijvoorbeeld de bank en de werkplek komen. In stap 2 wordt de plek van de aansluitingspunten bepaald. Voor nieuwbouw en bestaande bouw zit dit net iets anders in elkaar.

Bij nieuwbouw is het belangrijk dat er zo vroeg mogelijk nagedacht wordt over de verlichting. Je hierin laten adviseren door een professional is een handige idee. Bij renovatie, verbouw of nieuwbouw bestaat de kans om zelf de aansluitingspunten te bepalen. Dit is goed af te stemmen met de indeling van de ruimte die je in stap 1 hebt gemaakt. Hierbij is er de mogelijkheid om inbouwverlichting zoals spots toe te voegen.

In een situatie met bestaande bouw zijn de lichtpunten vaak al bepaald. Toch zijn er genoeg oplossingen die er alsnog voor kunnen zorgen dat er bij de fauteuil genoeg licht is om je boek te kunnen lezen. Denk bijvoorbeeld aan een booglamp of een wandlamp met een draaibaar armatuur. Een ander probleem is vaak de plaatsing van de eettafel. Om toch de eettafel te kunnen plaatsen op de plek van je voorkeur, zijn er lampen die de ruimte tussen het aansluitpunt en de tafel kunnen overbruggen. Denk bijvoorbeeld aan een wandlamp met een lange, zwenkbare arm die boven de tafel getrokken kan worden.

Stap 3: Technische basis en mogelijkheden

De technische mogelijkheden van verlichting zijn tegenwoordig eindeloos en hierin kunnen dan ook talloze keuzes gemaakt worden. In de vorige stap ben je te weten gekomen waar de aansluitingspunten zich bevinden. In stap 3 vertellen we meer over waar je op moet letten als het gaat om de technische specificaties van een lamp.

Een LED lamp is geen klassieke lamp zoals de gloei-, spaar- of TL-lamp, maar is tegenwoordig het beste alternatief en zal uiteindelijk overal worden toegepast. LED staat voor 'Light Emitting Diode', ofwel een lichtgevende diode. In feite is een LED een chip die licht geeft wanneer er in de juiste richting stroom doorheen wordt gestuurd. LED heeft een lager energieverbruik, brede toepassingsmogelijkheden en een lange levensduur. Bij LED heb je te maken met belangrijke specificaties zoals de lichtsterke (Lumen) en lichtkleur (Kelvin). 

Lumen is de meeteenheid voor hoeveel licht de lichtbron afgeeft. Bij een hoog plafond is er bijvoorbeeld een hoge Lumen-waarde nodig anders hou je te weinig licht over. Kelvin geeft de lichtkleur van de LED lichtbron aan. De waardes lopen normaliter van 1800K tot 6000K. 

Hoe hoger de waarde hoe koeler de lichtkleur. De traditionele gloeilamp die volledig brand is vergelijkbaar met 2700 Kelvin, ook wel Extra Warmwit licht. 2200 Kelvin wordt veel gebruikt in horeca en 3000 Kelvin op de werkvloer, waardoor er prettig werklicht is.  De Lumen en Kelvin waarde kan je bij de Specificaties vinden op de productpagina van Designlinq. Tip: In een ruimte is het aan te raden dat alle lampen dezelfde lichtkleur (Kelvin) hebben.

Denk na over de dimopties en de bedieningsmogelijkheden van een lamp. Wil je meerdere lampen tegelijk aanhebben? Moeten de hanglampen dimbaar zijn? Met een dimmer kan je gemakkelijk de lichtintensiteit afwisselen en zo de gewenste sfeer creëren. Er zijn diverse dimmethodes. De dimmethode van een lamp kun je bij de Specificaties vinden op de productpagina van Designlinq. Een veel voorkomende dimmethode is Triac ook wel Fase Aan/Afsnijding genoemd, waarbij een blauw, bruin en aarde draad nodig is. LED lampen hebben meestal de dimmethode 1-10V, waardoor de lamp heel egaal kan worden gedimd. Hierbij zijn 4 draden nodig. Een andere dimmethode is Dali, dit is een professioneel en energiezuinig systeem waarbij 5 draden nodig zijn. Smart Dimming is een dimmethode die je bij LED verlichting veel tegenkomt. De verlichting wordt met een smartphone of tablet gedimd via Bluetooth of via WiFi. Dit wordt veel toegepast in woonhuizen waarbij het niet mogelijk is om meer draden te trekken en men toch een bepaalde lamp willen.

Stap 4: Sfeer & functie combineren

In stap 4 wordt de functie en sfeer van de ruimte bepaald. Een goede balans tussen de verschillende lichtsoorten, waarmee je eerder hebt kennisgemaakt is hier het geheim. Plaats de lichtsoorten in je schets uit stap 1 zodat duidelijk te zien is waar er wat voor soort verlichting komt. Maak een mix tussen indirect, direct en diffuus licht en verbind de buiten en binnen ruimtes met elkaar. Maak in de plattegrond duidelijk waar je een hanglamp, vloerlamp of tafellamp wilt. Nu zie je gemakkelijk in de plattegrond wat voor soort verlichting we moeten kiezen. 

Stap 5: De keuze van de lamp

De laatste stap en meestal ook de leukste stap: het uitkiezen van de armaturen. Je weet nu waaraan de lamp moet voldoen en welke functie deze moet hebben. Aan de hand daarvan wordt de verlichting uitgekozen. Het is belangrijk dat de verlichting past bij het interieur. Op www.designlinq.nl hebben we de categorie Verlichting ingedeeld met filters, waardoor het voor jou makkelijk te zien is wat voor dimmethode, lichtbron, maar ook vorm en beschikbare kleuren de lamp heeft. 

Kom je er nog steeds niet uit? Dan is er natuurlijk altijd de optie om een lichtadviseur in te schakelen die jou adviseert of een persoonlijk lichtplan kan maken. Voor vragen of meer informatie kan je terecht bij onze lichtadviseurs van de klantenservice.

Armaturen v.l.n.r.: North 5666, Toldbod 120, Pin, D87 Stochastic, Spyder, VV Cinquanta Suspension, V Wall Light, D86pi. Mesh, Solid.